Met een zittingverhoger kunnen kinderen tussen de 15 en 36 kg in de autogordels vervoerd worden (groep 2 en 3).
De zittingverhoger zorgt ervoor dat de gordel niet langs de hals, maar over de borst en het sleutelbeen van het kind loopt en de heupgordel over de heupen en niet over de buik.
Zittingverhogers met een (oranje) keuringslabel of -sticker voldoen aan de wet. Je kunt dit label herkennen aan het rondje met de letter E plus een getal. Het goedkeuringsnummer staat hieronder en moet beginnen met 03 of 04.
Gebruikstips
- Koop het liefst een zittingverhoger met rugleuning. Deze is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor betere zijwaartse steun en bescherming bij aanrijdingen van opzij. Ook zorgt de rugleuning voor een betere geleiding van de gordel.
- Koop alleen een tweedehands zittingverhoger als je zeker weet dat het niet betrokken was bij een aanrijding, niet beschadigd is, en niet ouder is dan zes jaar.
- Zet het kind goed vast met de autogordel. Het diagonale gedeelte van de gordel moet goed over de borst en het sleutelbeen lopen, zodat deze niet in de hals snijdt. Het heupgedeelte van de autogordel moet goed over het bekken lopen en niet over de buik van het kind.
- Zet een kind niet op de passagiersstoel als daar een airbag zit. Behalve wanneer de airbag is uitgeschakeld.
- Blijf gebruik maken van een zittingverhoger, zolang de gordel zonder verhoger over de hals van het kind loopt in plaats van over de schouder.
- Vervang de zittingverhoger altijd na een botsing. Hij kan namelijk beschadigd zijn zonder dat dit aan de buitenkant te zien is.
Meer informatie over de veiligheid van autostoelen en veilig gebruik ervan kun je vinden op de website van Consument & Veiligheid.