Het grootste gevaar tijdens het trampolinespringen is vallen. De risico's op ernstig letsel kun je verkleinen door de trampoline in te graven of een net rond de trampoline te plaatsen.
Verder is de ruimte rond de trampoline belangrijk. Let erop dat de trampoline op een vlakke, lege ondergrond staat met ernaast een strook van minimaal 2,5 meter zachte ondergrond (bijv. gras of los zand). Ook boven de trampoline moet voldoende vrije ruimte zijn: minimaal 7,3 meter vanaf de grond gemeten.
Gebruiktips
- Plaats de trampoline nooit in de buurt van muren, aangrenzende gebouwen, hekken, speeltoestellen en andere obstakels zoals bomen of paaltjes).
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen onder de trampoline liggen.
- Let erop dat het frame en de eventuele veren niet scherp zijn en goed zijn afgedekt.
- Controleer de stabiliteit van de trampoline, trek en duw er flink aan.
- Laat kinderen van de trampoline afklimmen en niet afspringen.
- Laat springers geen salto's maken op tuintrampolines.
- Laat nooit meer dan één persoon op de trampoline springen.
- Spring alleen wanneer het springdoek droog is.
- Laat kinderen niet springen zonder toezicht van een volwassene.
- Tuintrampolines hoger dan vijftig centimeter kunnen beter niet worden gebruikt door kinderen onder de zes jaar.
- Let erop dat het springdoek bij het springen niet in contact komt met het frame of de grond.
- Controleer de trampoline elke keer voor gebruik op mankementen en repareer ze meteen.
Wil je meer lezen over de veiligheidseisen aan trampolines en veilig gebruik ervan? Kijk dan op de website van Consument & Veiligheid.