Zodra een kind zelfstandig rechtop kan zitten, zijn de spieren ontwikkeld genoeg voor een kinderstoel.
De meeste ongelukken met kinderstoelen gebeuren doordat kinderen uit de stoel proberen te klimmen, en daarbij vallen. Een gordel van zacht stevig materiaal kan dit helpen voorkomen. Naast een gordel om de heupen van het kind helpt een kruisbandje tegen het onderuit glijden.
Een goede kinderstoel heeft een stabiel frame, een rechte rugleuning, en een stevig eetblad. Let er ook op dat er geen onderdelen zijn waar vingers tussen beklemd kunnen raken of waar het kind zich aan kan snijden.
Gebruikstips
- Zet een kind altijd vast met een gordel.
- Gebruik een stoelverkleiner wanneer de kinderstoel nog wat te groot is.
- Laat een kind nooit alleen achter in de stoel.
- Zet een eventuele voetensteun zo, dat de voetjes wel steun hebben, maar het kind er niet op kan staan. Als de voetensteun niet verstelbaar is, kijk dan of het eraf kan.
- Zet de kinderstoel zo, dat het kind zich niet tegen de tafel of muur kan afzetten, waardoor de stoel kan omvallen.
- Let bij het gebruik van een hangstoeltje op het maximaal toelaatbare gewicht.
- Controleer bij elk gebruik of het hangstoeltje goed is bevestigd en vergrendeld.
- Hang het hangstoeltje in het midden, tussen de tafelpoten in zodat het kind zich er niet tegen kan afzetten.
- Gebruik geen tafelkleed of placemat tussen het hangstoeltje en de tafel.
Wil je meer weten over het veilig zitten in de kinderstoel? Lees dan verder op de website van Consument & Veiligheid.