Hoesten en niezen

Door hoesten en niezen worden ziektekiemen in onzichtbare speekseldeeltjes verspreid in de lucht.

Als deze vochtdruppeltjes door een ander worden inge­ademd, nestelen de ziektekiemen zich bij deze persoon in de neus, mond, keel of longen met mogelijk ziekte tot gevolg. Een andere verspreidingsweg is via snot of slijm. Denk hierbij bij­voorbeeld aan een kind dat een snottebel wegveegt en met het vuile handje speelgoed vastpakt. Via het 'besmette' speelgoed kan een ander kind op een later tijdstip geïnfecteerd raken.

Door kinderen in hun gedrag te corrigeren en zelf alert te zijn door snottebellen tijdig weg te vegen kan onnodige verspreiding van ziektekiemen worden voorkomen.

Gebruik van zakdoeken

Bij het snuiten van de neus komen er ziektekiemen op de zak­doek en de handen. Hergebruikte zakdoeken zijn een onder­schatte besmettingsbron. In een warme (broekzak) en vochtige omgeving gedijen micro-organismen erg goed. Bij hergebruik van de vuile zakdoek is er een kans dat besmetting via de handen wordt overgedragen.

Tips

  • Zorg dat ieder kind ieder kind een eigen zakdoek heeft (dit geldt ook voor washandjes, spenen en/of slabben).
  • Gooi gebruikte zakdoeken, washandjes en/of slabben meteen in de was. Gooi wegwerpwashandjes en/of papieren zakdoeken meteen weg
  • Gebruik wegwerphanddoeken voor het drogen van handen. Of pak bij zichtbare verontreiniging én minimaal elke dag een schone handdoek

Je kunt meer lezen over hoest- en niesdiscipline in hoofdstuk 6.3 van het document Gezondheidsrisico's in kindercentra en peuterspeelzalen op de website van het RIVM.