Wat kinderen niet zien en soms ook niet weten, is dat overal in hun omgeving en ook op hun eigen lichaam micro-organismen zoals bacteriën en virussen leven.
Deze kunnen zich verspreiden via de handen, de lucht (hoesten of stof), voorwerpen (bijv. de deurknop, speelgoed, toilet), lichaamsvloeistoffen (speeksel, ontlasting). De handen spelen een belangrijke rol in de overdracht van besmettingen bij zowel de kinderen als de gastouder. Een goede handhygiëne is een van de meest effectieve manieren om besmettingen te voorkomen.
Wanneer handen wassen?
De handen moeten gewassen worden vóór:
- het eten
- het ontsmetten en verzorgen van wonden
De handen moeten gewassen worden ná:
- toiletgebruik / billen afvegen;
- contact met lichaamsvochten
- wondverzorging;
- zichtbare verontreiniging van de handen;
- hoesten, niezen en snuiten;
- buiten spelen;
- contact met vuil textiel of de afvalbak;
- schoonmaakwerkzaamheden.
Methode
Het wassen van de handen in enkele stappen:
- Gebruik stromend water;
- Maak de handen nat en doe er vloeibare zeep op;
- Wrijf de handen gedurende 10 seconden over elkaar en zorg ervoor dat water en zeep over de gehele handen worden verdeeld. Let op kritische punten; was ook de vingertoppen goed, tussen de vingers en vergeet de duimen niet;
- Spoel de handen al wrijvend af onder stromend water;
- Droog de handen af met een schone droge handdoek. Gebruik bij voorkeur papieren handdoeken. Katoenen handdoeken moeten minimaal elke dag worden vervangen. Als de handdoek zichtbaar vuil is geworden, is tussentijds verschonen noodzakelijk.
Leer kinderen dat zij na toiletbezoek hun handen moeten wassen en geef zelf het goede voorbeeld. Zorg dat kinderen hier ook bij kunnen door bijvoorbeeld een opstapje voor de wastafel. Reinig de kraan dagelijks.
Je kunt meer lezen over handhygiëne in hoofdstuk 6.1 van het document Gezondheidsrisico's in kindercentra en peuterspeelzalen op de website van het RIVM.